Droogte, branderigheid of pijn bij het vrijen kunnen invloed hebben op intimiteit en op de relatie.
Volgens de Amerikaanse richtlijn bespreekt ongeveer de helft van de vrouwen met deze klachten ze met een zorgverlener, en bij de meesten van hen begon de zorgverlener er niet zelf over.4
Wat er verandert, en bij hoeveel vrouwen
Na de menopauze daalt het oestrogeen. Het slijmvlies van de vagina wordt dunner en bleker, de doorbloeding neemt af en het milieu in de vagina wordt minder zuur, waardoor andere bacteriën gemakkelijker kunnen overgroeien.1 Oestrogeenreceptoren zitten ook in de vulva, de plasbuis, de blaas en de bekkenbodem.4 De verzamelnaam voor de veranderingen daar is het genitourinair syndroom van de menopauze.
Het kan gaan om droogte, branderigheid en irritatie, om pijn bij het vrijen en om plasklachten zoals aandrang of terugkerende blaasontsteking (zie het artikel over urineverlies).4 Het gaat dus niet alleen over seks: irritatie en branderigheid horen bij het syndroom, ook zonder seks.
Alle vrouwen hebben na de menopauze in meerdere of mindere mate vaginale atrofie, maar volgens de NHG heeft slechts 20 tot 30 procent van hen klachten van droogte en pijn bij het vrijen.1 Internationale schattingen lopen uiteen van 13 tot 87 procent, afhankelijk van welke klachten worden meegeteld en hoe er is gemeten.4
Anders dan opvliegers nemen sommige van deze klachten, waaronder droogte, volgens de Amerikaanse richtlijn juist toe met de leeftijd.4 Die richtlijn beschrijft het syndroom als een chronische aandoening waarvoor langdurige behandeling en controle nodig kunnen zijn.4
Wat er bij het vrijen meespeelt
Pijn bij het vrijen heeft niet altijd een oorzaak in het weefsel. Volgens de NHG-Standaard Seksuele klachten wordt bij een minderheid van de vrouwen met pijn aan de buitenkant een oorzaak gevonden, zoals een infectie, een huidaandoening of atrofie.2 Bij de overige vrouwen is de pijn het gevolg van penetratie bij onvoldoende opwinding, lubricatie en ontspanning.2
Na de menopauze duurt het bij opwinding langer voordat de vagina vochtig wordt.1 In een klein onderzoek was de doorbloeding van de vagina bij vrouwen na de menopauze lager, maar dat verschil verdween na erotische prikkeling.1 De NHG concludeert dat voor voldoende lubricatie een voldoende lange, adequate seksuele stimulatie nodig is.2 Het ene sluit het andere niet uit: lager oestrogeen maakt vrouwen kwetsbaarder voor seksuele problemen in deze levensfase, zonder de enige verklaring te zijn.1
De Amerikaanse richtlijn noemt dat het syndroom kan samengaan met een lagere kwaliteit van leven en minder seksueel functioneren, wat ook de relatie met anderen kan raken.4 De NHG adviseert te bespreken dat seksualiteit en intimiteit ook mogelijk zijn zonder geslachtsgemeenschap, en partners aan te moedigen daarover met elkaar te praten.2 Een feitelijke opening kan zijn dat er een lichamelijke verandering in het weefsel is waar behandeling voor bestaat. Over de bredere vraag naar verlangen gaat het artikel over libido.
Wat je eraan kunt doen
Drie middelen doen elk iets anders. Een vochtinbrengend middel en plaatselijk oestrogeen zijn bedoeld om de klachten zelf te verminderen; een glijmiddel voorkomt wrijving tijdens het vrijen.4
Vochtinbrengend middel. Een vochtinbrengende gel of crème met hyaluronzuur.1 Je gebruikt het regelmatig, los van het moment van vrijen.4 De NHG beschrijft het effect als direct, maar kortdurend.1
Glijmiddel. Je gebruikt het tijdens het vrijen om wrijving te verminderen; aan het weefsel zelf verandert het niets.4 Regelmatig gebruik hangt samen met meer plezier en gemakkelijker een orgasme.4
Plaatselijk oestrogeen. Een crème, tablet of vaginale ovule die op de plek zelf werkt.1 Volgens NICE komt er een minimale hoeveelheid in het bloed, die waarschijnlijk geen noemenswaardig effect elders in het lichaam heeft, en zijn ernstige bijwerkingen zeer zeldzaam.3 Het effect kan tot twee maanden nodig hebben om optimaal te worden en de eerste dagen kan het branderig aanvoelen.1 Stop je ermee, dan komen de klachten volgens NICE vaak terug.3 De NHG adviseert na drie maanden te evalueren.1

De richtlijnen verschillen in de volgorde. De NHG noemt een vochtinbrengend middel en plaatselijk oestrogeen gelijkwaardig, zodat je in overleg kiest.1 NICE adviseert plaatselijk oestrogeen aan te bieden en noemt vochtinbrengende middelen of glijmiddelen voor wie oestrogeen niet kan of niet wil.3 De Menopause Society zag middelen zonder recept als voldoende bij lichte klachten en plaatselijk oestrogeen of andere voorgeschreven middelen bij matige tot ernstige klachten.5
Plaatselijk oestrogeen kan droogte en pijn bij het vrijen verbeteren, en een vochtinbrengend middel kan droogte verbeteren, blijkt uit een overzicht van 46 gerandomiseerde onderzoeken naar hormonale middelen en vochtinbrengende middelen.6 De meeste duurden 12 weken of korter, dus over de langere termijn is weinig bekend, en het placebo-effect was groot.46 Voor laser en radiofrequentie vond de Amerikaanse richtlijn geen bewijs van effect.4 Producten die de huid kunnen irriteren, zoals bepaalde reinigingsproducten, kunnen de klachten verergeren; ook glijmiddelen en vochtinbrengende middelen kunnen het dunne weefsel soms irriteren.4
Na borstkanker. NICE adviseert dan eerst een vochtinbrengend middel of glijmiddel aan te bieden en plaatselijk oestrogeen te overwegen als de klachten blijven.3 Het is onbekend of plaatselijk oestrogeen het risico op terugkeer beïnvloedt.3 Bij een tumor zonder oestrogeenreceptoren is het waarschijnlijk veilig, bij een tumor met oestrogeenreceptoren is het onbekend.3
In een meta-analyse van acht observationele onderzoeken hing het gebruik niet samen met een hoger risico op terugkeer.7
De NHG rekent vaginale oestrogenen nog tot dezelfde contra-indicaties als hormoontherapie, waaronder eerdere borstkanker, al is er volgens haar geen bewijs dat ze bij gebruik korter dan tien jaar de kans op borstkanker verhogen, en adviseert ze dit te bespreken.1 De Amerikaanse richtlijn adviseert na borstkanker samen met de behandelend specialist te beslissen.4
Wanneer het iets anders kan zijn
Niet elke jeuk of irritatie komt door de overgang. De NHG-Standaard noemt lichen sclerosus, een huidaandoening die vooral na de menopauze voorkomt, bij naar schatting 1 op de 300 tot 1 op de 1.000 vrouwen.1 Andere mogelijkheden zijn bacteriële vaginose, contacteczeem, een verzakking en vulvakanker.1 Daarom hoort bij deze klachten een onderzoek van de vulva.1
Laat het beoordelen door een deskundige die past bij jouw situatie als de klachten aanhouden ondanks behandeling, als je bloed verliest, ook tijdens het gebruik van plaatselijk oestrogeen, of als jeuk of irritatie niet overgaat.1
Een eerste stap
- Begin met een vochtinbrengende gel of crème en een glijmiddel bij het vrijen.
- Neem bij het vrijen de tijd voor opwinding en praat met je partner over wat prettig is.
- Wil je plaatselijk oestrogeen overwegen, of helpt een vochtinbrengend middel onvoldoende? Bespreek het dan met een deskundige die past bij jouw situatie.
Wil je weten hoe dit voor jou ligt, en of het bij droogte alleen blijft of dat er meer meespeelt rond intimiteit? Doe de intimiteit-vragenlijst → en krijg in vijf minuten zicht op je eigen patroon.
Bronnen
- NHG-Standaard De overgang — Nederlands Huisartsen Genootschap. Het aandeel vrouwen met klachten, de weefselveranderingen, de gelijkwaardige keuze tussen vochtinbrengend middel en plaatselijk oestrogeen, het effect en de evaluatie, de rol van opwinding bij lubricatie en de andere mogelijke oorzaken.
- NHG-Standaard Seksuele klachten — Nederlands Huisartsen Genootschap. De oorzaken van pijn bij het vrijen en het gesprek over intimiteit met een partner.
- NICE guideline NG23. Menopause: identification and management. — Britse richtlijn. Plaatselijk oestrogeen, veiligheid, terugkeer van klachten na stoppen en de aanpak na borstkanker.
- AUA/SUFU/AUGS Guideline on Genitourinary Syndrome of Menopause (2025). — Amerikaanse richtlijn. Klachten, aantallen, verloop met de leeftijd, gesprek met een zorgverlener, glijmiddel, vochtinbrengend middel en laser.
- The 2020 genitourinary syndrome of menopause position statement of The North American Menopause Society. Menopause 2020;27(9):976–992. — Keuze van behandeling naar de ernst van de klachten.
- Hormonal Treatments and Vaginal Moisturizers for Genitourinary Syndrome of Menopause: A Systematic Review. Ann Intern Med 2024;177(10):1400–1414. — Overzicht van 46 gerandomiseerde onderzoeken naar plaatselijk oestrogeen en vochtinbrengende middelen.
- Vaginal estrogen use in breast cancer survivors: a systematic review and meta-analysis of recurrence and mortality risks. Am J Obstet Gynecol 2025;232(3):262–270. — Plaatselijk oestrogeen na borstkanker en het risico op terugkeer.
Veelgestelde vragen
- Waarom ontstaat vaginale droogte in de overgang?
- Door het dalende oestrogeen na de menopauze verandert het weefsel van de vagina: het wordt dunner en minder doorbloed en de zuurgraad verschuift. Niet iedereen merkt het: volgens de NHG-Standaard heeft 20 tot 30 procent van de vrouwen na de menopauze klachten.1
- Gaat vaginale droogte vanzelf over?
- Een richtlijn uit de Verenigde Staten noemt droogte, anders dan opvliegers, een klacht die met de leeftijd toeneemt.4 Ook na het stoppen met plaatselijk oestrogeen komen de klachten volgens NICE vaak terug.3
- Wat helpt tegen vaginale droogte?
- Dat hangt af van wat je zoekt. Een glijmiddel voorkomt wrijving tijdens het vrijen, een vochtinbrengend middel gebruik je regelmatig en plaatselijk oestrogeen werkt op het weefsel zelf. Bij de keuze tussen die laatste twee zijn de richtlijnen het niet overal eens.1
- Is plaatselijk oestrogeen veilig?
- NICE noemt ernstige bijwerkingen zeer zeldzaam en de opname in het bloed minimaal.3 Na borstkanker ligt het genuanceerder: dan hoort de keuze bij een gesprek met een deskundige die past bij jouw situatie, samen met de behandelend specialist.
- Wanneer laat ik droogteklachten nakijken?
- Bij bloedverlies, bij klachten die aanhouden ondanks behandeling en bij jeuk of irritatie die niet overgaat. Lichen sclerosus, een huidaandoening, geeft deels dezelfde klachten als de overgang, dus een onderzoek van de vulva helpt om het verschil te zien.1
Dit artikel is geschreven op basis van actuele richtlijnen en wetenschappelijk onderzoek. Het is geen medisch advies — raadpleeg altijd je huisarts bij aanhoudende klachten.
Vrouwen die dit lezen, herkennen ook:
9 min leestijd
Urineverlies in de overgang: ongemakkelijk maar behandelbaar
Urineverlies komt veel voor en is te behandelen. Lees welke typen er zijn, wat er rond de overgang meespeelt en welke aanpak de richtlijn adviseert.
6 min leestijd
Geen zin meer in seks: wat er achter afnemend verlangen zit
Minder zin in seks na je 40e: wat onderzoek zegt over testosteron, wat er verder mee samenhangt en wanneer het zinvol is om het te bespreken.
6 min leestijd
Bekkenbodemoefeningen na je 40e: zo doe je het goed
Bekkenbodemoefeningen helpen bij urineverlies door druk. Lees hoe je de juiste spier vindt, welk schema de richtlijn geeft en wanneer beoordeling verstandig is.
