Urineverlies kan optreden bij een niesbui of bij springen, of samengaan met een plotselinge, sterke aandrang.
Het komt veel voor: in een Nederlandse steekproef onder vrouwen van 45 tot 70 jaar zei 57 procent weleens ongewild urine te verliezen.1 Waarom vrouwen geen hulp zoeken, is onderzocht bij Nederlandse vrouwen van 55 jaar en ouder die minstens één keer per maand urine verloren.1 Van hen was 64 procent er niet mee bij de huisarts bekend.1 De vier meest genoemde redenen:
- het urineverlies was niet ernstig genoeg (73 procent);1
- ze hadden zelf een manier gevonden om ermee om te gaan (57 procent);1
- het hoort bij het ouder worden (47 procent);1
- er is toch niets aan te doen (24 procent).1
Ook van de vrouwen met ernstig of zeer ernstig urineverlies was bijna de helft er niet mee bij de huisarts geweest.1 De laatste reden klopt niet: er is wel iets aan te doen.5
Welk type urineverlies heb je?
De Nederlandse huisartsenrichtlijn onderscheidt drie typen, en het type bepaalt waar de aanpak mee begint.1
Stressincontinentie is urineverlies zonder aandrang bij een drukverhoging in de buik, zoals bij niezen, hoesten, tillen of sporten.1 "Stress" slaat hier op mechanische druk, niet op spanning in je hoofd. De afsluiting van de blaas werkt dan niet optimaal, onder meer doordat de bekkenbodemspieren verslappen.1
Urgency-incontinentie is urineverlies dat samengaat met of direct volgt op een plotselinge, onbedwingbare aandrang.1 De blaas is dan prikkelbaarder geworden; een duidelijke oorzaak is volgens de richtlijn meestal niet te vinden.1
Gemengde incontinentie heeft kenmerken van allebei.1
Bij vrouwen jonger dan 50 jaar is stressincontinentie de meest voorkomende vorm; bij oudere vrouwen komen urgency-incontinentie en gemengde incontinentie vaker voor.1 Een eigen inschatting is geen beoordeling, maar maakt je verhaal bij een deskundige concreter.

Wat speelt er rond de overgang mee?
De weefsels van blaas, plasbuis en bekkenbodem worden met de jaren minder stevig.1 Volgens de huisartsenrichtlijn speelt daarbij mee dat de hoeveelheid vrouwelijke hormonen na de menopauze afneemt.1 Dezelfde daling van oestrogeen kan ook vaginale droogte geven; zie het artikel over vaginale droogte.3
Hoe groot de rol van de overgang zelf is, staat niet vast.4 De richtlijn noemt de postmenopauze een risicofactor voor urineverlies door druk; zwangerschap en vaginale bevallingen noemt ze als de belangrijkste.1 In het Amerikaanse SWAN-onderzoek, waarin vrouwen jarenlang werden gevolgd, hing de perimenopauze samen met het ontstaan van urineverlies per maand of vaker, maar niet met urineverlies per week of vaker.8 Bij vrouwen die al urineverlies hadden, werd dat niet erger door de overgang.9
Wat in dat onderzoek wel samenhing met vaker urineverlies, waren gewichtstoename, een hoge BMI, nieuw ontstane diabetes en toenemende angst.8
Wat de richtlijn adviseert
Breng het eerst in kaart. Is onduidelijk hoe vaak en hoe erg het gebeurt, dan kan een mictiedagboek (plasdagboek) van drie dagen helpen: wat je drinkt, wanneer je plast en wanneer je urine verliest.1 Met hetzelfde dagboek kun je later volgen of de aanpak werkt.1
Bij urineverlies door druk: bekkenbodemoefeningen of een pessarium. Een pessarium is een hulpmiddel in de vagina dat de plasbuis kan ondersteunen.1 De richtlijn noemt beide als eerste stap en laat de keuze aan jouw voorkeur.1 Het schema voor de oefeningen:
Ten minste drie keer per dag, tien keer maximaal aanspannen gedurende zes tot acht seconden — rustig doorademen — en daarna volledig ontspannen gedurende enkele seconden.1
Hoe je de juiste spier vindt, lees je in het artikel over bekkenbodemoefeningen na je 40e.
Bij aandrang: blaastraining. Je stelt je reactie op de aandrang uit: zoek afleiding, ontspan, span je bekkenbodem licht aan en ontspan weer, en herhaal dat zolang de aandrang aanhoudt.1 Gaat het beter, dan breid je het interval tussen twee plasmomenten wekelijks met vijftien tot dertig minuten uit.1 Meer daarover in het artikel over blaastraining bij sterke aandrang.
Bij gemengd urineverlies begin je met wat het meest op de voorgrond staat. Helpt dat na zes weken onvoldoende, dan komt de aanpak voor het andere type erbij.1
Wanneer je resultaat mag verwachten. De richtlijn adviseert na twee weken te controleren of je de oefeningen goed uitvoert en het effect na minimaal zes weken te beoordelen.1 Is er dan geen verbetering, dan adviseert de richtlijn met een bekkenfysiotherapeut opnieuw naar diagnose en aanpak te kijken.1 Helpt training na drie maanden onvoldoende, dan kan een deskundige andere opties bespreken, zoals een geneesmiddel bij aandrang of een operatie bij ernstig urineverlies door druk.1
Gewicht. Naast training adviseert de richtlijn bij een BMI van 30 of hoger af te vallen.1 In een gerandomiseerd onderzoek onder vrouwen met overgewicht of obesitas daalde het aantal keren urineverlies na een half jaar met 47 procent bij een intensief afvalprogramma, tegenover 28 procent bij alleen voorlichting.7 Het verschil zat vooral in urineverlies door druk; bij urineverlies door aandrang was het niet aangetoond.7
Cafeïne. Of cafeïne een rol speelt, is niet eenduidig: een overzicht van 51 onderzoeken naar cafeïne, alcohol en andere mogelijke prikkelaars vond geen consistent verband met aandrang.11 Bij aandrang adviseert de richtlijn wel om op proef minder cafeïne te nemen.1
Hormonen. Oestrogeen dat in je hele lichaam werkt, zoals in hormoontherapie, verbetert urineverlies niet en kan het verergeren; richtlijnen ontraden het daarvoor.124 Wordt je urineverlies erger tijdens hormoontherapie, bespreek dat dan met je voorschrijver.1 Plaatselijk oestrogeen in de vagina is bedoeld voor vaginale droogte door de overgang.3 Of het ook aandrang vermindert, beoordelen richtlijnen verschillend: de Nederlandse raadt het niet aan om urineverlies te behandelen, de Britse adviseert het aan te bieden bij aandrang met vaginale droogte.12 Bij terugkerende blaasontsteking raadt de Amerikaanse richtlijn het aan.3
Werkt het echt?
Bij urineverlies door druk wel. In een overzicht van gerandomiseerde onderzoeken meldde 56 procent van de vrouwen die bekkenbodemoefeningen deden dat het urineverlies over was, tegenover 6 procent van de vrouwen zonder behandeling.5
Bij aandrang is het bewijs beperkter: de onderzoeken naar blaastraining zijn klein en de zekerheid van het bewijs is laag tot zeer laag.6 In één onderzoek daalde het urineverlies met blaastraining, met bekkenbodemoefeningen en met beide van gemiddeld zes naar drie keer per week.1
Ook vrouwen die niet uit zichzelf hulp hadden gezocht, hadden baat bij een aanbod.10 In een Nederlands onderzoek verbeterde het urineverlies na een jaar bij 34 procent van de vrouwen van 55 jaar en ouder die diagnostiek en behandeling aangeboden kregen, tegenover 17 procent van de vrouwen die dat niet kregen.110 Een verschil in levenskwaliteit werd niet gevonden.10 Het is geen belofte dat het bij elke vrouw overgaat.
Het klopt dat urineverlies vaker voorkomt naarmate je ouder wordt.1 Bekkenbodemoefeningen leken bij oudere vrouwen echter even goed te werken als bij jongere.1
Wanneer je naar de huisarts gaat
Bloed in je urine of pijn bij het plassen kan bij een andere oorzaak horen, zoals een urineweginfectie.1 Laat dat eerst beoordelen, net als het gevoel dat er een bal in je vagina zit of dat er iets naar buiten hangt, wat bij een verzakking kan passen.1
Verder is een gesprek zinvol als het urineverlies je dagelijks leven beperkt of als oefenen na zes weken geen verschil maakt. Of je er iets aan wilt doen, bepaal je zelf; je hoeft het niet "erg genoeg" te vinden om het te bespreken.1
Een eerste stap
- Houd drie dagen een mictiedagboek bij.
- Kies de oefening die past bij de situatie waarin het gebeurt: bekkenbodemoefeningen bij urineverlies door druk, blaastraining bij aandrang.
- Past een van de signalen hierboven bij jou, laat het dan beoordelen.
Wil je meer zicht op wat er bij jou speelt? Doe de intimiteit-vragenlijst → en krijg in vijf minuten een duidelijker beeld.
Bronnen
- NHG-Standaard Incontinentie voor urine bij vrouwen — Nederlands Huisartsen Genootschap. De indeling in typen, de oefenschema's, de evaluatietermijnen, de risicofactoren, het advies over drinken, gewicht, cafeïne en oestrogeen, en de cijfers over hulp zoeken.
- NICE guideline NG123. Urinary incontinence and pelvic organ prolapse in women: management. — Britse richtlijn: vaginaal oestrogen bij aandrang, geen systemisch oestrogen bij urineverlies.
- Kaufman MR, et al. The AUA/SUFU/AUGS guideline on genitourinary syndrome of menopause. J Urol 2025;214(3):242–250. — Dalend oestrogeen en klachten van vagina en urinewegen, en plaatselijk oestrogeen bij terugkerende blaasontsteking.
- Christmas MM, et al. Menopause hormone therapy and urinary symptoms: a systematic review. Menopause 2023;30(6):672–685. — Onvoldoende bewijs dat de menopauze samenhangt met urineklachten; systemisch oestrogeen kan urineverlies verergeren.
- Dumoulin C, Cacciari LP, Hay-Smith EJC. Pelvic floor muscle training versus no treatment, or inactive control treatments, for urinary incontinence in women. Cochrane Database Syst Rev 2018;10(10):CD005654. — Effect van bekkenbodemoefeningen.
- Funada S, et al. Bladder training for treating overactive bladder in adults. Cochrane Database Syst Rev 2023;10(10):CD013571. — Zekerheid van het bewijs voor blaastraining.
- Subak LL, et al. Weight loss to treat urinary incontinence in overweight and obese women. N Engl J Med 2009;360(5):481–490. — Afvallen en urineverlies.
- Waetjen LE, et al. Association between menopausal transition stages and developing urinary incontinence. Obstet Gynecol 2009;114(5):989–998. — SWAN: overgangsfase en het ontstaan van urineverlies, en factoren die ermee samenhangen.
- Waetjen LE, et al. Factors associated with worsening and improving urinary incontinence across the menopausal transition. Obstet Gynecol 2008;111(3):667–677. — SWAN: verergering van urineverlies tijdens de overgang.
- Visser E, et al. Active encouragement of older women with urinary incontinence in primary care to undergo diagnosis and treatment. Maturitas 2015;80(2):212–219. — Nederlands onderzoek naar een aanbod van diagnostiek en behandeling.
- Ha B, et al. Potential bladder irritants and overactive bladder symptoms: a systematic review. Urogynecology 2025;31(4):454–464. — Cafeïne, alcohol en andere mogelijke prikkelaars.
Veelgestelde vragen
- Is urineverlies in de overgang normaal?
- Volgens de huisartsenrichtlijn verliest een kwart tot ruim de helft van de volwassen vrouwen ongewild urine, en de kans neemt toe met de leeftijd.1 Of de overgang zelf daarvoor zorgt, is niet vastgesteld.4 Dat het vaak voorkomt, maakt het niet onvermijdelijk: oefeningen kunnen het urineverlies verminderen.5
- Hoe weet ik welk type incontinentie ik heb?
- Kijk naar de situatie waarin het gebeurt. Urineverlies bij niezen, lachen, tillen of sporten past bij stressincontinentie, urineverlies met een plotselinge, onbedwingbare aandrang past bij urgency-incontinentie, en allebei heet gemengde incontinentie.1 Twijfel je, dan kan een mictiedagboek van drie dagen helpen en kan een huisarts het type vaststellen.1
- Wat helpt het snelst tegen urineverlies?
- Reken op weken, niet op dagen. De richtlijn noemt training als eerste stap, met bekkenbodemoefeningen bij urineverlies door druk en blaastraining bij aandrang, en beoordeelt het effect pas na minimaal zes weken.1
Dit artikel is geschreven op basis van actuele richtlijnen en wetenschappelijk onderzoek. Het is geen medisch advies — raadpleeg altijd je huisarts bij aanhoudende klachten.
Vrouwen die dit lezen, herkennen ook:
6 min leestijd
Bekkenbodemoefeningen na je 40e: zo doe je het goed
Bekkenbodemoefeningen helpen bij urineverlies door druk. Lees hoe je de juiste spier vindt, welk schema de richtlijn geeft en wanneer beoordeling verstandig is.
7 min leestijd
Blaastraining: wat te doen bij plotse, sterke aandrang
Plotselinge, sterke aandrang die je moeilijk uitstelt? Lees hoe blaastraining werkt volgens de richtlijn, in welk tempo je opbouwt en hoe sterk het bewijs is.
8 min leestijd
Vaginale droogte in de overgang: wat er speelt en wat helpt
Droogte, branderigheid of pijn bij het vrijen: wat er verandert, wat een vochtinbrengend middel, glijmiddel en oestrogeen doen en wanneer je het laat nakijken.
