Plotseling sterke aandrang om te plassen, soms met urineverlies voordat je het toilet bereikt. Een plotselinge, onbedwingbare aandrang heet in de Nederlandse huisartsenrichtlijn urgency.1 Komt er urineverlies bij, dan is het urgency-incontinentie.
De eerste stap die de richtlijn adviseert is blaastraining: plassen volgens een schema, met tussenpozen die je stapsgewijs verlengt.14
Wat er bij sterke aandrang kan meespelen
Bij urgency-incontinentie trekt de blaasspier samen op een moment dat dat niet de bedoeling is, door overprikkeling vanuit het centrale zenuwstelsel of door een verhoogde prikkelgevoeligheid.1 Een oorzaak is niet altijd te vinden. Factoren die een rol kunnen spelen zijn een neurologische aandoening, prikkeling van de blaas na een blaasontsteking of bestraling, mogelijk cafeïne, en eerdere operaties in het kleine bekken.1
Of de overgang zelf meespeelt, is niet vastgesteld. Een overzicht van onderzoek naar hormoontherapie vond onvoldoende bewijs dat de menopauze samenhangt met urineklachten.6
Ter vergelijking: bij een gemiddelde vochtinname plas je ongeveer zes tot acht keer per etmaal, en ontstaat de eerste aandrang bij een vulling van 150 tot 200 milliliter.1
Zo bouw je blaastraining op
Stap 1: drie dagen meten. Noteer drie dagen lang wat je drinkt, hoe laat je plast en of er urine verloren gaat.1 Zo zie je hoeveel tijd er tussen twee plasmomenten zit. Die tijd is je startinterval, en het dagboek is later ook je vergelijkingsmateriaal.1
Stap 2: plas volgens een schema. Stel een schema op met je startinterval als tussenpoos.1 Komt er tussendoor aandrang, dan beschrijft de richtlijn deze volgorde:1
- Zoek afleiding en probeer te ontspannen.
- Span je bekkenbodem licht aan en ontspan weer.
- Herhaal dat zolang de aandrang terugkomt of aanhoudt.

Weet je niet zeker welke spier je aanspant bij stap 2, dan staat dat in het artikel over bekkenbodemoefeningen na je 40e.1
Stap 3: verleng de tussenpoos per week. De richtlijn adviseert het interval wekelijks met vijftien tot dertig minuten uit te breiden, op voorwaarde dat het urineverlies en de aandrang afnemen.1 Plas je nu ongeveer elk uur, dan wordt dat bijvoorbeeld in de eerste week vijf kwartier.
Stap 4: beoordeel na minimaal zes weken. Twee weken na de start controleer je of je de aanpak goed uitvoert.1 Het effect beoordeel je na minimaal zes weken, met een nieuw dagboek naast het eerste.1 Helpt het, dan zet je door en kijk je na drie maanden opnieuw.1
Wat het bewijs zegt
Blaastraining is de eerste stap in de Nederlandse richtlijn, en de Britse richtlijn adviseert het minimaal zes weken aan te bieden.2 Het onderzoek erachter is beperkt. Een Cochrane-overzicht uit 2023 vond vijftien onderzoeken met samen 2.007 deelnemers, met een hoog risico op vertekening en een zekerheid van het bewijs die laag tot zeer laag was.3
Blaastraining kan klachten verminderen in vergelijking met niets doen, en lijkt minstens zo goed te werken als geneesmiddelen, met minder bijwerkingen.3 Dat bewijs is zeer onzeker. In het onderzoek dat de NHG beschrijft nam het aantal keren urineverlies af van gemiddeld zes naar drie per week, met blaastraining, met bekkenbodemoefeningen en met beide, zonder significant verschil tussen die groepen.1 Een meta-analyse uit 2024 noemt de uitkomst nog niet te beoordelen, omdat er weinig en uiteenlopende onderzoeken zijn.4
Wat verder invloed kan hebben
- Cafeïne. De Britse richtlijn adviseert een proef met minder cafeïne.2 Het bewijs is niet eenduidig: een overzicht van 51 onderzoeken naar cafeïne, alcohol en andere mogelijke prikkelaars vond geen consistent verband met aandrang.5 In een gerandomiseerd onderzoek hadden vrouwen die minder cafeïne gebruikten na een maand minder last van frequent plassen en heftige aandrang, maar het aantal keren urineverlies veranderde niet.1
- Drinken. De richtlijn adviseert een normale hoeveelheid vocht.1 In beperkt onderzoek maakte meer of minder drinken geen verschil voor het urineverlies, en veel drinken lijkt de aandrang wel te verergeren.1
- Toiletgewoonten en darmen. Goed uitplassen en niet persen horen bij de adviezen, al ontbreekt direct bewijs.1 Chronische obstipatie noemt de richtlijn als aandoening die de functie van de bekkenbodem kan verstoren.1
- Vaginale droogte. Heb je daar ook last van, dan adviseert de Britse richtlijn plaatselijk oestrogeen aan te bieden bij aandrang.2 Hormoontherapie voor het hele lichaam is niet bedoeld voor urineverlies en kan het verergeren; meer daarover in het artikel over vaginale droogte.2
Helpt blaastraining na drie maanden onvoldoende, dan overweegt de richtlijn een geneesmiddel toe te voegen, tolterodine.1 Let bij zulke middelen op de veiligheid op lange termijn. In een grote Engelse studie onder mensen vanaf 55 jaar hing het gebruik van geneesmiddelen met een anticholinerge werking bij een overactieve blaas samen met een iets grotere kans op dementie.7 Het verschil was het grootst bij oxybutynine, solifenacine en tolterodine.7
Een observationele studie kan niet aantonen dat de middelen dit veroorzaken.7 Een meta-analyse uit 2025 vond een vergelijkbaar verband.8 Reden genoeg om met een deskundige de voordelen, de gebruiksduur en de alternatieven te bespreken.7
Wanneer je het eerst laat beoordelen
- bij bloed in je urine;1
- bij pijn tijdens het plassen, zeker met frequent plassen, want dat kan bij een urineweginfectie horen;1
- bij het gevoel dat er een bal in je vagina zit of dat er iets naar buiten hangt, wat bij een verzakking kan passen.1
Merk je na zes weken geen verschil, of lukt het niet om je bekkenbodem aan te spannen en te ontspannen, dan kan een bekkenfysiotherapeut met je meekijken.1
Een eerste stap
Begin met het dagboek van drie dagen. Het geeft je startinterval en later de vergelijking met je eigen uitgangspunt.
Wil je meer zicht op wat er bij jou speelt? Doe de intimiteit-vragenlijst → en zie in vijf minuten wat mogelijk meespeelt.
Bronnen
- NHG-Standaard Incontinentie voor urine bij vrouwen — Nederlands Huisartsen Genootschap. De opbouw van blaastraining, de tips bij aandrang, het mictiedagboek, de normale plasfrequentie en blaasvulling, de evaluatietermijnen, de adviezen over drinken en toiletgewoonten, het cafeïneonderzoek en de signalen die eerst beoordeling vragen.
- NICE guideline NG123. Urinary incontinence and pelvic organ prolapse in women: management. — Britse richtlijn: blaastraining minimaal zes weken, een proef met minder cafeïne, vaginaal oestrogeen bij aandrang met klachten van de overgang en voorzichtigheid met geneesmiddelen die het geheugen kunnen beïnvloeden.
- Funada S, et al. Bladder training for treating overactive bladder in adults. Cochrane Database Syst Rev 2023;10(10):CD013571. — Aantal onderzoeken, zekerheid van het bewijs en vergelijking met geneesmiddelen en bekkenbodemoefeningen.
- Rocha AK, et al. Isolated bladder training or in combination with other therapies to improve overactive bladder symptoms: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Braz J Phys Ther 2024;28(4):101102. — Definitie van blaastraining en de beperkte, uiteenlopende onderzoeken.
- Ha B, et al. Potential bladder irritants and overactive bladder symptoms: a systematic review. Urogynecology 2025;31(4):454–464. — Cafeïne, alcohol en andere mogelijke prikkelaars: geen consistent verband met aandrang.
- Christmas MM, et al. Menopause hormone therapy and urinary symptoms: a systematic review. Menopause 2023;30(6):672–685. — Onvoldoende bewijs dat de menopauze samenhangt met urineklachten; hormoontherapie voor het hele lichaam kan urineverlies verergeren.
- Iyen B, et al. Risk of dementia associated with anticholinergic drugs for overactive bladder in adults aged ≥55 years: nested case-control study. BMJ Med 2024;3(1):e000799. — Anticholinerge geneesmiddelen bij een overactieve blaas en de kans op dementie.
- Kotochinsky M, et al. Risk of dementia in patients treated with anticholinergics for overactive bladder syndrome: a systematic review and meta-analysis. Neurol Sci 2025;46(12):6217–6226. — Meta-analyse van acht onderzoeken naar hetzelfde verband.
Veelgestelde vragen
- Wat is blaastraining precies?
- Blaastraining is plassen volgens een schema, waarbij de tijd tussen twee plasmomenten stapsgewijs langer wordt. De Nederlandse huisartsenrichtlijn noemt het de eerste stap bij urgency-incontinentie.1
- In welk tempo bouw je blaastraining op?
- Per week vijftien tot dertig minuten erbij, en alleen als het urineverlies en de aandrang afnemen.1 Het gaat dus om een stap per week, niet per dag.
- Wat helpt op het moment zelf, bij sterke aandrang?
- De richtlijn noemt drie dingen: afleiding en ontspanning, je bekkenbodem kort licht aanspannen en weer loslaten, en dat herhalen zolang de aandrang aanhoudt. Dit mag ook op het toilet.1
- Is uitstellen niet slecht voor je blaas?
- Blaastraining is uitstellen volgens een schema. De richtlijn noemt de plas te lang ophouden als gewoonte die in theorie ongunstig kan zijn, al ontbreekt direct bewijs.1 Bij pijn tijdens het plassen of een vermoeden van een blaasontsteking laat je dat eerst beoordelen door een deskundige.
Dit artikel is geschreven op basis van actuele richtlijnen en wetenschappelijk onderzoek. Het is geen medisch advies — raadpleeg altijd je huisarts bij aanhoudende klachten.
Vrouwen die dit lezen, herkennen ook:
9 min leestijd
Urineverlies in de overgang: ongemakkelijk maar behandelbaar
Urineverlies komt veel voor en is te behandelen. Lees welke typen er zijn, wat er rond de overgang meespeelt en welke aanpak de richtlijn adviseert.
6 min leestijd
Bekkenbodemoefeningen na je 40e: zo doe je het goed
Bekkenbodemoefeningen helpen bij urineverlies door druk. Lees hoe je de juiste spier vindt, welk schema de richtlijn geeft en wanneer beoordeling verstandig is.
8 min leestijd
Vaginale droogte in de overgang: wat er speelt en wat helpt
Droogte, branderigheid of pijn bij het vrijen: wat er verandert, wat een vochtinbrengend middel, glijmiddel en oestrogeen doen en wanneer je het laat nakijken.
