Over hormoontherapie lopen de meningen sterk uiteen. Sommige vrouwen zijn er positief over, andere durven er niet aan te beginnen omdat ze hebben gehoord dat je er borstkanker van krijgt.
Dat verschil is te verklaren. In 2002 werd een groot Amerikaans hormoononderzoek vroegtijdig afgebroken, en het beeld dat daarna ontstond werkt nog altijd door. Sindsdien zijn die gegevens opnieuw geanalyseerd en is het beeld genuanceerder: hormoontherapie werkt goed voor een afgebakende groep klachten, en brengt risico's mee die zeldzaam zijn maar wel meetellen.
Waar hormoontherapie voor bedoeld is
De NHG-Standaard De overgang adviseert hormoontherapie te overwegen bij opvliegers en nachtelijke zweetaanvallen die je dagelijks leven hinderlijk beperken. Daarbuiten is het niet bedoeld: niet bij milde klachten, niet om hart- en vaatziekten mee te voorkomen, niet tegen vermoeidheid of somberheid op zichzelf, en niet tegen geheugenklachten — daarvoor wordt het op geen enkele leeftijd aanbevolen.
Binnen die afbakening is het effect groot: voor opvliegers en nachtelijke zweetaanvallen geldt hormoontherapie als de meest effectieve behandeling die er is.
Wat je ervan mag verwachten
Opvliegers en nachtzweten. Hier is het effect het grootst en het best onderbouwd.
Je nachten. Niet rechtstreeks, maar via de opvliegers: nemen die af, dan kan je slaap rustiger worden. Zie wat er na je 40e met je slaap verandert.
Vaginale droogte en pijn bij het vrijen. Hiervoor is vaak geen behandeling van je hele lichaam nodig, maar volstaat een plaatselijk oestrogeenpreparaat. Zie het artikel over vaginale droogte.
Je botten. Oestrogeen remt botafbraak en verlaagt de kans op botbreuken — een bijkomend voordeel, geen zelfstandige reden om ermee te beginnen. Zie het artikel over botverlies.
De risico's
Tegenover dat effect staan bijwerkingen die relatief zeldzaam, maar potentieel levensbedreigend zijn: trombose, hartinfarct, beroerte, borstkanker en baarmoederkanker. Zeldzaam betekent dat de meeste vrouwen die hormoontherapie gebruiken hier niets van meemaken; ernstig betekent dat je deze afweging niet alleen maakt.
Leeftijd en het moment waarop je begint maken die afweging het meest concreet. Volgens de Menopause Society is de balans tussen effect en risico gunstig wanneer je vóór je 60e begint of binnen tien jaar na je laatste menstruatie, en er geen redenen zijn die het in jouw geval afraden. Begin je meer dan tien jaar na je laatste menstruatie of na je 60e, dan is die balans minder gunstig: de kans op hart- en vaatziekten, trombose en dementie is dan in absolute zin groter.
Wat er verder meeweegt: je bloeddruk, je gewicht, roken, en trombose of borstkanker in je voorgeschiedenis of familie. Een deel daarvan kun je zelf beïnvloeden — stoppen met roken, minder alcohol en meer bewegen verlagen het risico. Minder alcohol kan bovendien schelen in het aantal opvliegers.
Waarom er soms twee hormonen nodig zijn
Oestrogeen laat het baarmoederslijmvlies opbouwen. Zonder tegenwicht kan die opbouw doorschieten, en dat verhoogt het risico op baarmoederkanker. Daarom hangt de vorm af van je situatie:
- met baarmoeder — oestrogeen plus een progestageen;
- baarmoeder verwijderd, geen endometriose — oestrogeen alleen;
- baarmoeder verwijderd, wel endometriose — alsnog de combinatie.
Minder bekend is de hormoonspiraal met levonorgestrel. Bij hevig menstrueel bloedverlies in de perimenopauze kan die twee dingen tegelijk aanpakken.
Borstkanker: wat er bekend is
Dit is de vraag die de meeste vrouwen tegenhoudt. Borstkanker staat inderdaad bij de mogelijke bijwerkingen. Dat betekent niet dat hormoontherapie borstkanker veroorzaakt.
Wat er wél bekend is: het gaat om een klein extra risico bovenop het risico dat je al hebt, het hangt samen met hoe lang je het gebruikt, en het verschilt tussen de combinatietherapie en oestrogeen alleen. Hoe groot dat extra risico voor jou is, hangt af van je eigen uitgangssituatie — daar bestaat geen algemeen getal voor. Dat is de reden om dit met een deskundige door te nemen: niet om gerustgesteld of overgehaald te worden, maar om te weten wat het in jouw situatie betekent.
Als hormonen niet kunnen of niet hoeven
Er zijn andere mogelijkheden. Ze grijpen op verschillende plekken aan — de een op de warmteregulatie zelf, de ander op hoe belastend je de klachten ervaart — en zijn dus geen uitwisselbare alternatieven voor elkaar of voor hormoontherapie.
Psychologische aanpakken. Op mindfulness gebaseerde therapie, cognitieve gedragstherapie en klinische hypnose zijn onderzocht en beoordeeld als effectief. Wees realistisch over de omvang: in het onderzoek waarop de NHG-Standaard zich baseert, daalde het aantal opvliegers in ongeveer een half jaar van gemiddeld acht naar vijf per dag, tegenover acht naar zeven in de controlegroep.
Niet-hormonale medicatie. Bepaalde antidepressiva, gabapentine en fezolinetant zijn beoordeeld als effectief. Bij fezolinetant geldt sinds januari 2025 een waarschuwing van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen voor ernstige leverschade: je leverwaarden worden gecontroleerd vóór de start en daarna elke maand in de eerste drie maanden.
Bij vaginale klachten blijven vochtinbrengende producten en glijmiddel een goede route, en plaatselijk oestrogeen kan ook wanneer een behandeling van je hele lichaam niet mogelijk is.
Vrij verkrijgbare kruidenpreparaten vragen een aparte afweging, per middel. Van deze middelen is niet aangetoond dat ze overgangsklachten verminderen, en ze kunnen ernstige bijwerkingen geven; voor fyto-oestrogenen zoals soja en rode klaver doet de NHG-Standaard een aanbeveling tégen, onder meer omdat de samenstelling van die producten niet wordt gecontroleerd. Gebruik of overweeg je iets, bespreek het dan met een deskundige — zeker naast andere medicatie.
Hoe je het gesprek voorbereidt
Dit gesprek levert meer op als je met concrete informatie binnenkomt in plaats van met "ik zit in de overgang". Het belangrijkste is hoeveel last je er in je dagelijks leven van hebt: hoeveel nachten per week lig je wakker, hoe vaak speelt het overdag op, en wat laat je liggen of zeg je af omdat je te moe bent? Dat is ook het criterium waarop de richtlijn hormoontherapie afweegt.
Neem daarnaast mee:
- je voorgeschiedenis — trombose, hart- en vaatziekten, borstkanker, bij jezelf en in je familie;
- of je nog een baarmoeder hebt, en of er endometriose speelt;
- wat je al hebt geprobeerd, en wat dat deed;
- je vraag — bijvoorbeeld: past hormoontherapie bij mijn situatie, en zo ja, in welke vorm?
Vraag ook wanneer jullie samen terugkijken. Er is geen vaste einddatum; het advies is om regelmatig te bekijken of voortzetten nog de beste keuze is.
Wil je eerst scherper krijgen wat er bij jou speelt? Doe de gratis check → — in vijf minuten zie je welk patroon je herkent en waar je kunt beginnen.
Bronnen
- Writing Group for the Women's Health Initiative Investigators. Risks and benefits of estrogen plus progestin in healthy postmenopausal women: principal results from the Women's Health Initiative randomized controlled trial. JAMA 2002;288(3):321. — Het onderzoek dat in 2002 voortijdig werd gestopt, na gemiddeld 5,2 van de geplande 8,5 jaar, en dat de beeldvorming rond hormoontherapie sindsdien bepaalt.
- NHG-Standaard De overgang — Nederlands Huisartsen Genootschap. De indicatie voor hormoontherapie, de genoemde bijwerkingen, de keuze tussen combinatie- en monotherapie, de hormoonspiraal bij hevig bloedverlies, en de niet-hormonale mogelijkheden.
- The 2022 hormone therapy position statement of The North American Menopause Society. Menopause 2022;29(7):767–794. — Hormoontherapie als meest effectieve behandeling voor vasomotorische klachten en vaginale klachten, en het standpunt over cognitie.
- The 2023 nonhormone therapy position statement of The North American Menopause Society. Menopause 2023;30(6):573–590. — Welke niet-hormonale behandelingen wel en niet worden aanbevolen.
- College ter Beoordeling van Geneesmiddelen. Veoza (fezolinetant) kan leverproblemen geven, 13 januari 2025. — De Nederlandse waarschuwing en het voorgeschreven schema voor controle van de leverfunctie.
Veelgestelde vragen
- Wanneer komt hormoontherapie in aanmerking?
- Als opvliegers of nachtelijk zweten je dagelijks leven hinderlijk beperken. Dat is het criterium in de Nederlandse huisartsenrichtlijn: niet bij milde klachten, en niet om ziekten mee te voorkomen.
- Welke risico's noemt de richtlijn?
- Trombose, hartinfarct, beroerte, borstkanker en baarmoederkanker. De richtlijn noemt ze zeldzaam, maar ernstig genoeg om mee te wegen. Die afweging maak je samen met een deskundige die past bij jouw situatie, op basis van je eigen risicofactoren.
- Waarom krijg ik er een tweede hormoon bij?
- Oestrogeen alleen laat het baarmoederslijmvlies te veel opbouwen. Heb je nog een baarmoeder, dan hoort daar een progestageen bij, om het risico op baarmoederkanker te verlagen. Is je baarmoeder verwijderd en speelt er geen endometriose, dan is oestrogeen alleen voldoende.
- Helpt hormoontherapie tegen vaginale droogte?
- Ja. Daarvoor is een plaatselijk oestrogeenpreparaat vaak voldoende: het werkt ter plekke en komt nauwelijks elders in je lichaam terecht — ook bruikbaar als je verder geen hormonen gebruikt.
- Hoe lang mag je het gebruiken?
- Er geldt geen vaste maximumtermijn. Wel het advies om periodiek met een deskundige te bespreken of de voordelen nog opwegen tegen de risico's, en of afbouwen aan de orde is.
Dit artikel is geschreven op basis van actuele richtlijnen en wetenschappelijk onderzoek. Het is geen medisch advies — raadpleeg altijd je huisarts bij aanhoudende klachten.
Vrouwen die dit lezen, herkennen ook:
7 min leestijd
Opvliegers en nachtelijk zweten: wat gebeurt er, wat helpt
Ongeveer 80 procent van de vrouwen krijgt opvliegers of nachtzweten. Ontdek wat daarachter zit, hoe lang het kan duren en wat je zelf kunt beïnvloeden.
5 min leestijd
Vaginale droogte in de overgang: wat er speelt en wat helpt
Droogte, branderigheid of pijn bij het vrijen hoort bij de best behandelbare klachten van de overgang. Lees wat er verandert, wat werkt en wat je laat nakijken.
7 min leestijd
Slecht slapen na je 40e: waarom het gebeurt en wat helpt
Na je 40e verandert je slaap vaak: lichter, met meer onderbrekingen. Ontdek wat daarachter kan zitten, welke patronen vaker voorkomen en wat kan helpen.
